Vroeg in de ochtend nemen we afscheid van Barbara (die met Hlimou terug naar Agadir vertrekt, gezien zij daar het vliegtuig moet nemen).
Wij, de rest van de bende, zetten nog een stapje in Marrakech. We nemen een Westers ontbijt op het grote plein dat er nu weer verlaten bij ligt (dat was de vorige avond wel anders)!
Te voet gaan we naar het Palais de la Bahia, waar we even een beeld kunnen krijgen van de luxueuze kant van Marokko: prachtige ontvangstruimten, woongebouwen en binnenplaatsen. We zetten onze tocht verder naar de Tombeaux des Saadiens, maar komen er net aan wanneer de siësta begint...
Nog even een lunchpauze dus (waar de restjes van ons eten door uitgehongerde kinderen en zwervers worden verorberd) en dan terug naar ons logement om de koffers op te laden...
Vanop het dakterras wuif ik in gedachten nog even naar Marrakech en naar Marokko zelf.
Onder de ondertussen gekende stresserende omstandigheden weten we toch een taxi naar de luchthaven te versieren, écht de laatste stop in Marokko nu... Een steward die te laat is (?) zorgt ervoor dat we nog iets langer dan gepland op Marokkaanse bodem blijven, maar dan keren we toch echt terug.
De laatste uurtjes zijn nog aangenaam in het gezelschap van Marion en Reginald, de ontvangst in Zaventem daarentegen is heel triest wanneer ik het nieuws rond mijn nonkel verneem. Ik weet niet zo goed of dit het is waar “Hugo” over schreef?
Dat het niet altijd mooi was, dat weet ik wel. Maar de realiteitscheck in Zaventem doet me nog meer beseffen dat het bijzonder was. En dat ik eigenlijk wil zeggen:
la vie était belle en Moroc.














